Er was een kind dat elke avond het gordijn van zijn slaapkamer een beetje open hield.
Hij kon dan naar de sterren kijken.
Opa was doodgegaan.
Het kind vroeg: ‘Waar is opa nu?’
‘Opa is nu een ster,’ had zijn moeder verteld.
‘Kan opa mij nog zien?’ vroeg het kind aan zijn moeder.
‘Ik denk het wel,’ had de moeder gezegd.
Het kind had van een meisje in zijn klas gehoord over dat ’n beetje open gordijn.
‘Mijn oma is een ster,’ vertelde ze. ‘Ik kijk elke avond naar mijn oma en wens haar welterusten.’
Het meisje vertelde op een dag van een glazen hart.
Het was van rood glas. Ze had het gekregen op de verjaardag van haar oma. Je kon er wel zes lichtjes in aansteken.
Iedere avond brandde ze nu een lichtje.
‘Dan kan oma mij beter zien,’ zei ze.
‘Als ik aan oma denk wordt het warm in mijn hart.’
’s Avonds zei de jongen aan tafel: ‘Mijn opa is een lichtje in mijn hart.’
Hij vertelde van het rood-glazen hartje.
Zijn vader gaf hem zo’n hartje op de eerste verjaardag van opa.
De jongen mocht een lichtje aansteken.
Zo was opa extra aanwezig.
Marinus van den Berg
* Ik zag in de woonwinkel ‘Ik Woon’ dicht bij mijn huis deze ‘theelichthouder’ met de naam ‘Burning Heart’. Ik zie steeds vaker jonge kleinkinderen bij herdenkingsbijeenkomsten
en ook bij afscheidsdiensten. Voor hen schreef ik deze teksten met de mogelijkheid hen de lichtjes te laten aansteken. |