‘Soms is dit boek aangrijpend, soms grappig en aandoenlijk en dan weer ontroerend. De lezer zal het meestal niet in één keer uit lezen, daarvoor zijn de teksten en de tekeningen te intens. Het boek is daarmee wat rouwen vaak is; het vormt een gedetailleerde afspiegeling van de golfbewegingen die in een verliesverwerkingsproces waar te nemen zijn.’
Yvonne Stikkelbroek en Mariken Spuij / Universiteit Utrecht - psychologen, gespecialiseerd in rouw- en verliesverwerking bij kinderen en jongeren
Liël Braitman was net vier jaar toen haar vader stierf. Ze kon nog niet schrijven, maar ze sprak. Ze sprak over haar dode vader op een manier die het verstand te boven gaat. In de vijf jaar die volgden, praatte ze spontaan en onverwacht over haar innerlijke wereld die vol is van papa Dave. Midden in het leven van alledag, voor het stoplicht en tijdens het tandenpoetsen, deed ze haar wonderlijke, grappige en ontroerende uitspraken over het leven en de dood. En midden in datzelfde leven noteerde en dateerde haar moeder die woorden op allerlei papiertjes. Al die papiertjes zijn samen dit fascinerende boek geworden. Grote en kleine mensen worden stil bij het lezen van de woorden van Liël. Over de pijn en het missen, het onbegrijpelijke mysterie van de dood, maar ook de ‘ontmoetingen’ met haar vader in de droom en nacht. Liël gaat verder op haar heel eigen manier. Ieder jaar in januari ‘ga ik mijn hoofd leegmaken voor andere dingen. De dingen van mijn vader houd ik er gewoon in’.
'Hoi papa, jammer dat je in de hemel ligt. Ik vind het niet zo leuk dat je dood was gegaan. Af en toe ben ik verdrietig, dat voel ik aan mijn tranen, dan zijn ze warm. Als je huilt dan gaat het water eruit dat je gedronken hebt.'